De cijfers
- Topsnelheid 374 km/u
- Nul naar honderd 2,4 s
- Leeggewicht 1 290 kg
- Wagens in beta 7
Elke klasse heeft gebieden waar hij hoort en gebieden waar hij verliest. Dat is geen onbalans die we nog moeten oplossen; het is de reden dat er vier klassen zijn.
De gebruikelijke vraag bij een racespel is welke wagen de beste is. In Ravelon is dat de verkeerde vraag. Wat je kiest is niet waar je sterk bent, maar wat je bereid bent op te geven: eindsnelheid, vergevingsgezindheid, tractie of de klok zelf.
Hieronder staat per klasse waar hij zijn tijd haalt, waar hij die weer inlevert en welke cijfers erbij horen. De klasse waarmee je begint, bepaalt je eerste seizoen; wisselen kan altijd, maar je punten beginnen dan opnieuw.
De hyperklasse is de smalste van de vier: zeven wagens, allemaal met een middenmotor en een achterwielaandrijving die je niet in de rede valt. Ze halen hun tijd uit de rechte stukken en uit bochten die je vol kunt nemen. Wat je inlevert is vergevingsgezindheid. Rem je te laat, dan komt de wagen niet terug met een schuiver maar met een rechte lijn naar de vangrail.
De actieve aerodynamica werkt in Ravelon op werkelijke luchtdruk, niet op een schuifknop. Boven de tweehonderd klapt de achtervleugel plat en verlies je drukking in de snelle knikken; onder de honderdvijftig komt hij omhoog en krijg je grip terug op het moment dat je hem het minst verwacht. Wie dat gedrag leert lezen, rijdt de kustlus twee seconden sneller dan wie alleen op het gaspedaal vertrouwt.
In de werkplaats vraagt de klasse vooral aandacht voor bandenspanning. Een tiende bar te hoog en de voorkant loopt weg in de langzame haarspelden; een tiende te laag en de banden zijn na drie ronden op. De afsteltafel op deze site laat je dat verband zelf voelen voordat je de wagen ook echt in handen krijgt.
Sterk: De zeerechte en de snelle kliftrap
Zwak: Krappe haarspelden en los grind
De spierklasse rijdt op massa. Achttienhonderd kilo, een grote motor vooraan en een achteras die zijn werk doet zolang je hem recht houdt. In de langzame bochten verlies je tijd, dat is de afspraak. Je haalt het terug op elke uitgang, omdat het koppel er al is voordat het toerental op gang komt.
Wat deze klasse eigen maakt is de manier waarop het gewicht zich verplaatst. Rem je in een rechte lijn, dan komt de voorkant zwaar te staan en stuur je scherper dan je verwacht. Rem je nog terwijl je instuurt, dan draait de achterkant mee en heb je een schuiver die je met gas kunt uitrijden. Beide zijn geldig; ze vragen alleen een ander ritme.
Spelers noemen de klasse vaak de eerlijkste van de vier, omdat de fouten meteen zichtbaar zijn. Er is geen elektronica die het voor je opvangt. In de patchnotities van versie 0.9.2 staat waarom we de traagheid juist zwaarder hebben gemaakt in plaats van lichter.
Sterk: Lange uitgangen en breed asfalt
Zwak: De tunnelknik in de natte stad
De grindklasse is gebouwd voor ondergrond die verandert terwijl je erop rijdt. Losse steenslag, ingereden sporen, een natte strook in de schaduw van een rotswand: de banden zoeken zelf naar wat er nog over is. Dat maakt de klasse traag op asfalt en onmisbaar zodra de weg ophoudt geasfalteerd te zijn.
De lange veerweg is geen decor. Een sprong over een richel kost je in elke andere klasse de voorspoiler; hier landt de wagen, veert twee keer door en rijdt verder. Daardoor kun je in de kloof lijnen kiezen die er op de kaart niet uitzien als een weg, en toch een halve minuut winnen op wie netjes de gebaande route volgt.
De keerzijde staat in elke sectortabel: op de zeerechte verlies je tegen alles wat lager ligt, en op glad asfalt kom je nooit bij de eerste tien. Wie een seizoen met grind rijdt, plant zijn punten dus in de gebieden waar de klasse thuishoort, en accepteert dat de kustlus een verliespost is die je met de kloof moet terugverdienen.
Sterk: De kloof en elke onverharde zijweg
Zwak: Alles wat vlak en geasfalteerd is
De driftklasse speelt een ander spel op dezelfde wegen. Je rondetijd telt hier maar voor een derde mee; de rest van je punten komt uit de hoek die je vasthoudt, de snelheid waarmee je dat doet en hoe dicht je bij de buitenrand blijft. Een schone ronde zonder schuivers levert in deze klasse dus minder op dan een rommelige ronde met lef.
Technisch is de wagen expres onaf. De achterbanden zijn smaller dan de voorbanden, het sperdifferentieel staat strak en de stuurinrichting laat vijftig graden uitslag toe. Wie uit een van de andere klassen komt, rijdt de eerste avond vooral achterstevoren. Dat hoort erbij; de leercurve is de bedoeling.
De natte stadsronde is het thuisgebied. Nat asfalt, kerbstenen die je als steunpunt kunt gebruiken en muren die dichtbij genoeg staan om je hoek te belonen zonder dat je hem meteen verliest. In de kloof scoort de klasse nauwelijks, want stof en losse steenslag geven je geen vast punt om tegenaan te leunen, en op de zeerechte is er domweg niets te scoren.
Sterk: De natte stadsronde en elke kerbsteen
Zwak: Lange rechte stukken zonder bocht
Rijd de vier gebieden een keer met een geleende wagen uit elke klasse. Dat kost je een avond en scheelt je een half seizoen twijfelen.
We plaatsen functionele cookies om je keuzes en je afstellingen te onthouden, en analytische cookies om te zien welke pagina’s gelezen worden. Analytische cookies staan uit tot je ze toestaat.